Annemarie, de sprookjesprinses

12-07-2015 | Er was eens… een klein meisje met helblauwe ogen en goudblond haar. Ze woonde samen met haar ouders, broertje en zusje in een groot huis tussen de groene weilanden. Bij het huis lag een tuin met hoge bomen, die de kinderen Het Bos noemden.

Op een zomerse dag groeven de kinderen tussen de bomen, vlakbij de boomhut, een grote kuil. Hier legden zij stro in dat ze bij de koeien uit de stal hadden gehaald. Toen het donker werd en het de hoogste tijd was om te gaan slapen, riep moeder de kinderen naar binnen. Maar Annemarie wilde helemaal niet naar haar bed. Ze wilde in de kuil in Het Bos slapen! Toen iedereen sliep, sloop het kleine meisje dan ook op haar tenen naar buiten. Ze kroop in de kuil en viel al gauw in slaap.

Een paar uur later werd het kleine meisje plotseling wakker. Wat vreemd! De zon scheen hoog boven de bomen. Er klopte iets niet. Ze lag nog steeds in de kuil, maar de kuil was veel kleiner geworden. Of toch niet? Ze keek naar haar benen en naar haar armen. Alles was groter en langer. Haar handen hadden lange slanke vingers, zoals die van een jonge vrouw. Het meisje was geen kind meer!

“Hallo, jonge prinses, ben je daar eindelijk?,” fluisterde een spinnende stem. Het kleine grote meisje keek recht in de groene ogen van een kat met hele grote laarzen aan. “Kom, ik ga je iets laten zien. Maar je moet wel heel stil zijn, anders maak je de heks wakker.” De kat pakte de hand van Annemarie vast. Met grote stappen renden ze samen naar de boomhut. Tenminste, dat dacht Annemarie.

Wat was dat nu? Op de plek van de boomhut stond een hoge, ronde toren. De dakpannen waren van speculaas gemaakt en de raamkozijnen van drop! Op de plek waar de touwladder eerst was, hing nu een lange blonde vlecht. Helemaal tot aan de grond!

“Je moet langs de vlecht naar boven klauteren”, zei de kat tegen Annemarie. Verbaasd greep Annemarie de vlecht. Ze klom en klom en klom, helemaal naar boven. Toen ze bij het raam was aangekomen, hoorde ze in de verte de heks een liedje zingen: “Knibbel, knabbel, knuisje, wie klautert omhoog tegen mijn huisje?” Snel dook Annemarie door het kozijn de toren binnen… en daar zag zij de mooiste man die ze ooit had gezien.

“Hallo? Wie is daar?”, vroeg de knappe man. Hij kon Annemarie niet zien, want hij was blind. “Hallo”, zei Annemarie. “Ik ben Annemarie!”. “Dit is de prinses”, zei de kat, die met bungelende beentjes in de Zevenmijlslaarzen op de schouder van de man zat. “Dag prinses Annemarie. Ik ben prins Erik”, zei de man. “Ik vaarde vroeger op zee, daar ving ik heel veel vis, maar de heks heeft mij gevangen genomen en blind gemaakt.”

“Kus hem”, fluisterde de kat in het oor van Annemarie. Het meisje, in het lichaam van een jonge vrouw, giechelde zachtjes. Dat had ze haar ouders wel eens zien doen! Ze pakte het gezicht van prins Erik voorzichtig vast en kuste hem op zijn mond. Toen sprong er een vonk van hun lippen, zo naar de ogen van de prins! En nee maar, Erik kon weer zien!

“Jij bent de mooiste vrouw die ik ooit heb ontmoet”, zei Erik toen hij Annemarie zag. “Wil je met me trouwen?” Maar voordat Annemarie antwoord kon geven, sloeg in de verte een klok. Bim-bam, bim-bam…  “Vlug”, siste de kat, “ga terug naar de kuil!” Bim-bam, bim-bam… Zo snel Annemarie kon, klauterde ze langs de lange vlecht naar beneden. Bim-bam, bim-bam. Ze rende en rende, terug naar de kuil waarin zij wakker geworden was. Toen de klok voor de twaalfde keer sloeg, werd alles donker.

De kat was weg. De kuil was geen kuiltje meer, maar erg groot voor Annemarie. En Annemarie? Zij was geen jonge vrouw, maar opnieuw het klein meisje dat niet in haar bedje wilde slapen. Even verderop stond de boomhut, en aan de andere kant het huis waar haar familie lag te slapen. Ineens was Annemarie erg moe. Zo snel haar voetjes rennen konden ging zij terug naar huis. Daar kroop ze in haar eigen bedje en droomde zij over prins Erik, de knapste man die ze ooit had gezien. Ze wenste vurig dat ze hem ooit nog een keertje zou tegenkomen. Dan kon ze tegen hem zeggen, waar ze eerder de kans niet voor kreeg… “Ja, ik wil heel graag met je trouwen!”

Deze zomer treffen jullie Annemarie in het Sprookjesbos, nog altijd op zoek naar prins Erik. En jij kunt haar helpen! Herken je de verschillende sprookjes in het verhaaltje hierboven? Sommige sprookjes kun je vinden in het Sprookjesbos, weet jij welke? En in welk verhaaltje hoort prins Erik thuis? Vertel het haar, misschien kan zij dan haar prins vinden!

prinses annemarie