Ali Baba en de 40 Rovers

ali baba sprookjesbos valkenburg“Sesam open u”, zegt het mij na. Laat je betoveren door Ali Baba!”


In een Oosterse stad woonde eens een arme koopman die Ali Baba heette. Hij handelde in oliekoek en sesamzaad, maar was erg arm moet je weten. Hij verdiende nauwelijks genoeg om in leven te blijven, of om zijn vrouw en zonen te beklijven. Keer op keer trok hij naar de bazaar om iets te verkopen, al moest hij met zijn ezeltje mijlenver lopen. Het leek echter alsof de mensen steeds minder gingen eten, Ali Baba kreeg nauwelijks nog oliekoeken gesleten.

Eens, na een lange dag, keerde Ali Baba terug naar huis. Maar hé, wat is dat? Dat klinkt niet pluis! Van ver hoorde hij heel veel paarden aankomen. Vlug klom hij in één van de hoge bomen. Er naderde een groep van wel 40 rovermannen! Ali Baba sidderde, want, wat waren hun plannen? Voor een grote berg hielden zij halt, en werden grote schatten uitgestald. De hoofdman beval: ‘schiet op, we verstoppen de schatten heel snel. Luister wanneer ik de toverspreuk vertel’.

De roverhoofdman ging recht voor de berg staan en sprak heel cru: Sesam! Open U! Tot grote verbazing van Ali Baba spleten de rotsen uiteen. Hij bleef ademloos zitten, terwijl de één na andere rover in de berg verdween. Ali Baba dacht dat hij droomde, zoiets had hij nog nooit gezien! Een geheime berg vol schatten, dat had hij niet voorzien!

Plots kwamen de rovers weer naar buiten. Nu met lege handen, wat een schavuiten. De hoofdman sprak: ‘Sesam, sluit u!’ heel voldaan. En de 40 rovers reden weg, om een nieuwe slag te slaan. Vlug klom Ali Baba uit de boom naar beneden. Hij liep naar de berg, zoals ook de rovers dat deden. Fluisterend sprak hij: ‘Sesam, open U’, tot de berg van steen. En warempel, de rotsen gingen uiteen! Nieuwsgierig liep Ali Baba met zijn ezeltje naar de ingang. Maar oh, hij was wel een beetje bang!

Bibberend liep hij in het rovershol naar binnen. Hij keek zijn ogen uit en wist niet waar te beginnen. Het schitterde van goud, robijnen en hele grote edelstenen. Ali Baba dacht, hier ga ik zoveel mijn ezeltje dragen kan van meenemen! Volgeladen met goud trok Ali Baba naar zijn vrouw en zonen, wetende dat hij nooit meer in armoede hoefde te wonen. Hij was nu ‘in goeden doen’ en kocht rode pantoffels voor zijn vrouw. Hij breidde zijn handeltje uit en stond niet meer in de kou.

Maar… ‘een deel van de schat is verdwenen’, riep de roverhoofdman aangedaan. ‘Dat kunnen we niet over onze kant laten gaan!’. Hij riep zijn mannen bij elkaar, want het geheim van de berg was in gevaar. ‘Ik heb sterk het vermoeden dat de dief Ali Baba heet, want hij leeft in rijkdom, zoals hij nooit eerder deed’.

De rovers spraken er schande van. Waar betaalde die armoedzaaier dat van? ‘We gaan Ali Baba te pakken nemen’, riepen zij boos. ‘We verzinnen een list, hij is kansloos!’. Vermomd als koopman liep de hoofdman met 20 ezels door de straten. Iedere ezel droeg twee rovers in olievaten. ’s Nachts als Ali Baba slapen zou gaan, wilden zij de schat terug roven en de boel kort en klein slaan.

Tegen de avond klopte de hoofdman bij Ali Baba aan om onderdak te vragen. ‘Ik ben zo moe, en mijn ezeltjes kunnen hun last nauwelijks nog dragen!’. Ali Baba antwoordde: ‘Zet je ezels binnen en kom daarna bij mij eten. Ik was zelf een arme koopman, dat zal ik nooit vergeten!’. Ali Baba was echter slim en wilde weten wat er in de vaten zat. Samen met zijn zoons sloop hij naar buiten en klopte op het eerste vat. Van onder de deksels klonk het toen meerdere keren: ‘hoofdman, is het tijd om Ali Baba een lesje te leren?’.

Maar Ali Baba keerde het tij om. ‘Kom op zoons, sla er op, alsof het is een trom!’. De rovers smeekten: ‘au au genade, we zullen ons gedragen!’. En de 40 rovers vluchtten zo snel als hun benen hen konden dragen. Niemand heeft hen ooit terug gezien. Ali Baba werd een geëerd man en steeg in aanzien. Hij deelde zijn rijkdom, niemand leefde nog in armoe. En als het goud op was? Dan ging hij opnieuw naar de berg toe!


© Sprookjesbos 2015